Jurisprudentie
Rechtbank van Amsterdam
In een recente uitspraak heeft Rechtbank Amsterdam (Rechtbank Amsterdam 19-02-2009, nr. AWB 08/175 Wmo) zich uitgelaten over de weigering van het college om een sportvoorziening in het kader van de Wmo te verstrekken. In deze uitspraak overweegt de rechtbank:
- dat aan het standpunt dat op grond van de Wmo geen sportvoorziening wordt toegekend, nu niet is beoogd verandering te brengen in de reikwijdte van de Wmo ten opzichte van die van de WVG, een onjuist uitgangspunt ten grondslag ligt.
- dat noch in de Wmo, noch in de totstandkomingsgeschiedenis daarvan aanknopingspunten zijn te vinden voor het oordeel dat is beoogd sportvoorzieningen als geheel buiten het bereik van de Wmo te laten vallen. De Wmo is gericht op maatschappelijke participatie van personen. De deelname aan sportieve activiteiten neemt in het maatschappelijk leven een belangrijke plaats in en moet naar het oordeel van de rechtbank worden gezien als een manier om het zelfstandig functioneren en de deelname aan het maatschappelijk verkeer van personen met beperkingen te bevorderen.
- dat, hoewel de rechter in beginsel de keuze(n) die de gemeenteraad en het college bij het bepalen op welke wijze invulling wordt gegeven aan de compensatieplicht dient te respecteren, onder omstandigheden de plicht om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag gelden, kan leiden tot het oordeel dat algemene keuzen die de gemeenteraad en het college hebben gemaakt in het concrete, individuele geval niet kunnen worden toegepast wegens strijd met de in artikel 4 Wmo bedoelde compensatieplicht.
- dat de uitleg dat de verstrekking van een sportvoorziening uitsluitend kan plaatsvinden in de vorm van een sportrolstoel niet strookt met artikel 4 Wmo.















